Transe

Het Franse woord ‘transe’ , of trance zoals in het Nederlands, heeft dezelfde stam als het woord ‘transir’, dat in de middeleeuwen betekende ‘vertrekken, overgaan, verlopen’ en komt van het Latijnse ‘transire’. Vanaf de vijfde eeuw duidt het vaak op overlijden zoals ook de term ‘samadhi’ in het hindoeïsme soms die twee betekenissen heeft. Hoewel de uitdrukking ‘in trance geraken’ in de zin van een bepaalde psychofysiologische toestand verschijnt in de veertiende eeuw, kent de mens deze staat van trance reeds veel langer.


In de lijn van het spektakel dat zij voorsteld-en in het kader van het festival : Nouveau Cinéma in oktober 2009 en in de Kapel van de universiteit van Montréal op 18 oktober 2010 vervolgen de Belgische schilder-filmmaker Jean Detheux en de Belgische pianist Jean-Philippe Collard-Neven hun gemeenschappelijk traject met dit nieuwe concert-filmvertoning.
Zij tastten deze relatie beeld-muziek reeds op verschillende manieren af in ‘Van Frescobaldi tot Pollock, van Rembrandt tot Steve Reich’ zoals hun vorige project zich aandiende, nu onderzoeken zij het universum van de trance. Doorheen de bezwerende en zwevende muziek van Giacinto Scelsi (suite nr. 9, Ttai), de obsessionele ritmiciteit van ‘Phrygian Gates’ van John Adams en een improvisatie wordt het luisteren als zodanig in vraag gesteld, in het bijzonder op het ogenblik dat het vlak van het bewustzijn omslaat door een hypnotisch effect en de muziek samen met het beeld ons meevoert naar elders, naar het binnenste van onszelf. Als motto voor zijn stuk schrijft Scelsi “Deze suite moet beluisterd en gespeeld worden in de grootste innerlijke rust. Wie opgejaagd is, moet er van af blijven!” Voor hem is het repetitieve een manier om de ziel te bereiken van de klank, om beetje bij beetje in een toestand te komen van haast mediumieke ontvankelijkheid voor een energie die ons overstijgt. Het is verwarrend om vast te stellen dat het gesofistikeerde minimalisme van John Adams doorheen zijn herhalingen, zijn grootse ontwikkelingen maar ook doorheen plotse breuken en geweld van klanken ons in dezelfde staat dompelt al kiest hij daarvoor andere wegen. Daartussen vormt de improvisatie van Jean-Philippe Collard-Neven een soort brug, een verbinding met het nu, een band tussen het geschrevene en het vluchtige, een dans op het koord van de tijd. De levende beelden van Jean Detheux verlenen aan dit klankuniversum een duizelingwekkende dimensie van een visuele echo als een soort fotografie van de innerlijke wereld met zijn subtiele, onzichtbare bewegingen.

Jean Detheux, schilder-filmmaker


Jean-Philippe Collard-Neven, piano



Bekijk een uittreksel van "Phrygian Gates"


Bekijk een uittreksel van "Improvisatie 1"

Vimeo

see this page in English